Mijn vroegere Duitse Baas kon te pas en te onpas uitroepen “Flexibel muss man sein”. Met een behoorlijks stemverheffing, meestal had hij dan al een behoorlijke slok op. Die uitspraak vond ik indrukwekkend en waar. En ik meende dat ik dat was flexibel. In die organisatie destijds zeker. Ik had niemand om rekening mee te houden, en stond voor veel open.
En nog steeds denk ik dat ik behoorlijk flexibel ben, wat ook handig is als uitvaartfotograaf, komt het telefoontje: kun je morgen? Of voor fotograferen voor Make a Memory, kun je vandaag nog? En vaak lukt me dat. Ook voor mediation handteer ik geen wachttijden en kan het overdag, avond of weekend . Tegelijkertijd houd ik regie, belastingaangifte er op tijd uit, de rekening op tijd betaald. Fysiek ben ik totaal niet flexibel, daar ga ik het maar niet over hebben. Maar ondanks ontdekte ik dat ik helemaal niet zo flexibel ben als ik dacht. De tandenpasta die ik al jaren gebruik is ineens uit de handel. Ik heb internet afgestruind om toch maar weer “mijn merk” te vinden. Vergeet het, niet meer verkrijgbaar, we moeten aan een ander merk.
Zo verging het ook met de shampoo, en ik ben er nog steeds niet aan gewend dat ik niet naar V&D kan voor bepaalde dingen die ik daar graag kocht.
En er zijn toch ook wel gewoonten waar ik niet graag van af wijk. ’s Ochtends niet het rondje met de hond kunnen maken voelt als een dag die niet klopt. Het kusje voor het slapen gaan, ik wil en kan het niet missen.
Ooit nam ik me voor dat ik niet zou worden als die oude mensen, die ik rigide vond omdat het nu eenmaal altijd zo ging. En nu betrap ik me erop… ik begin steeds meer op die oude mensen te lijken. En nu noem ik het, het goede behouden.
En ik troost mezelf, uitersten zijn nooit goed, te flexibel niet, te behouden/rigide zeker ook niet. Een middenweg dat is goed. Die nieuwe tandenpasta went wel. En je kunt me nog steeds porren voor (leuke) onverwachte zaken en voor fotograferen van een uitvaart gooi ik mijn agenda om.
Dus zo erg is het nog niet…
