Onbeschreven blad

Een blog met plaatjes dit keer. Plaatjes uit mijn poesie album. Die kreeg ik op mijn 7e verjaardag. En de dag erna heeft meteen mijn moeder erin geschreven. En nog een paar andere hele belangrijke mensen in mijn leven, mijn opa en oma. Die van mijn oma is grappig, die ik lees ik nu na jaren (ja de zolder weer een beetje opgeruimd..) en zij schrijft:  Als je eens als grootmama in een leunstoel zit. En laat ik nu toch grootmama worden…J Mijn broer en zus ontbreken niet. En ook een versje van mijn eerste vriendje, Willen, 6 jaar verkering mee gehad totdat na de lagere school onze wegen scheiden.  We waren onafscheidelijk.
Maar er is ook een lege bladzijde. De bladzijde waar mijn vader had moeten schrijven.  Ik weet nog dat ik ontelbare keren s avonds mijn poesie beneden liet en dan beloofde hij erin te schrijven. Hij deed het niet. Waarom niet, ik heb geen idee. Mijn vader overleed toen ik 13 was. Daarna zijn er nog wel mensen die in mijn poesie geschreven hebben. Maar die bladzijde was verboden.  Dat plekje bleef voor mijn vader. Nu vroeg ik me af: is mijn vader een onbeschreven blad? Ik zoek op wat het echt betekent,  en het betekent onbekend zijn.  En ja dat klopt. Hij is wat onbekend voor mij. Want hoe ervaar je als kind je vader, dan leer je hem kennen vanuit kind perspectief en dat is niet echt leren kennen. Hoe graag had ik geweten hoe ik hem zou ervaren als ik volwassen was. Hoe hij was als opa, gewoon als mens. Nu kan ik daarover fantaseren, maar weten doe ik het niet.
Zou het voorzienigheid zijn geweest dat hij niet in mijn poesie schreef?  Omdat hij voor mij een deel een onbeschreven blad is gebleven? En ook dat kan ik alleen zelf in vullen, naar mijn eigen behoefte.

voorblad

poezie album mama                                  poeziealbum papa 
  poeziealbum oma

poeziealbum opa

poeziealbum ans

poezie willem

Opstappen en topbanen

Vandaag las ik in de krant het bericht dat de topman bij de belastingdienst opstapt. En zonder dat ik nu precies begrijp wat zijn reden is, vraag ik me bij dit soort berichten af: is dat moedig? Of is het laf? Ik kan het met de berichtgeving die ik lees niet beoordelen.  En het gaat ook niet zo zeer om deze man in deze positie, het komt vaker voor zo’n bericht.
En ik vraag me dan af wat er speelt, hij werkte er nog geen jaar. Ik heb mijn oordelen wel klaar: kan hij elders beter…..pff als je voor geld gaat…dat keert nog wel eens tegen je. En zeker omdat ik denk dat hij toch best een redelijk salaris gehad zal hebben. Stapt hij op omdat hij zelf gefaald heeft?  Heeft hij iets stoms gedaan, waardoor hij nu niet meer vertrouwd wordt?  Is die werksituatie onhoudbaar? Of is de baan niet wat hij ervan verwacht had? Gaat hij echt iedere dag met grote tegenzin er naar toe? Zo met lood in je schoenen, de dag duurt geen 8 uur, het lijken er wel 16?
Ik lees dat mensen teleurgesteld zijn door zijn vertrek, dat er een chaotische reorganisatie bezig is, dat hij geen zin had in een uitgeklede functie, minder zeggenschap (=macht?) dan verwacht.
Krijg hij nu een ww-uitkering? Wachtgeld of  dient de volgende vacature zich al aan?
Het houd me bezig omdat ik me eigenlijk niet zo goed voorstellen hoe dat gaat in de kringen van de topbanen. Ik heb altijd het idee, maar weet niet of dat klopt, dat ze wel makkelijk van het ene naar het andere baantje kunnen hoppen.  Kijkt zo iemand wel echt in de spiegel?  Leert hij lessen hieruit of gaat hij gewoon verder.  En les bedoel ik, misschien is hij wel over de top. Ooit een goede prestatie levert je misschien een baan op die je eigenlijk niet aankan. De ene goede prestatie was misschien wel een toevalstreffer. Durf je dan weer een stapje terug te doen? Of is gezichtsverlies?

Ik weet wel opstappen bij normale banen doe je niet zomaar.  Bij opstappen ga ik er tenminste vanuit dat je dat doet zonder dat je al voor het vervolg gezorgd hebt. Dat kunnen de meeste mensen zich niet permitteren. Er is dan geen uitkering, geen gouden handdruk, geen inkomen. Dus zoek je eerst iets anders, en dan vertrek je.  En er bestaat voor mij ook nog zo iets als een plicht om netjes en goed te vertrekken en de achterblijvers niet in de shit achter te laten. En die plicht is een morele verplichting, niet je wettelijk uitwerktermijn. Dus opstappen doe je niet zomaar.

Dus ja bij zo’n bericht vraag ik me af, moedig, je maakt een statement, je neemt risico, je gaat waarvoor je staat en de consequenties neem je op je.  En je kijkt recht in de spiegel.  Of is het laf, vlucht je voor je eigen onkunde, heb je je vervolg baan al in je zak zitten, kijk je niet in de spiegel en laat je de shit achter voor jouw opvolger?
Wanneer we  de juiste mensen willen hebben op topfuncties, functies die niet alleen top zijn in salaris, maar hard nodig zijn om ons land goed te besturen op welk vlak dan ook, dan hebben we mensen nodig die in de spiegel durven kijken en kwetsbaar durven zijn. Gebruik dat maar in de selectieprocedure!

kijken in de spiegel

willen, moeten en toch…

Ik kan het niet, ik krijg het niet voor elkaar. Ik wil dingen bereiken maar dat lukt niet altijd zoals ik het wil. En dat geldt op vele vlakken. Ik wil zo graag meer tijd doorbrengen met mijn zus. Ik wil zo graag vaker een dagje naar de sauna.  Ik wil graag een perfecte echtgenoot en moeder zijn.  Het valt mee, want een perfecte huisvrouw hoef ik voor mezelf niet te zijn. Maar ik wil wel graag het op mijn werk goed doen, niet alleen voor mezelf, maar liefst voor alle collega’s.  Ik wil vrijwilligers werk doen en ga aan de slag als uitvaartspreker. En ik wil dat uiteraard erg goed doen. Ik wil ook graag iets doen voor het project van mijn vriendin in Egypte. Ik ben bij een koor en zou graag  echt goed willen zingen,  maar ik denk dat dat een illusie is.  Ik wil ook goed voor mezelf zorgen, gezond eten, sporten en vooral niet aankomen in gewicht. En ja dan wil ik ook nog foto’s maken want dat maakt me gelukig en schrijven kan ik ook niet laten.
En altijd vraag ik mezelf af of ik wel genoeg doe. Moet ik niet meer of beter. Haal ik wel uit het leven wat erin zit? Want dat is voor mij belangrijk. Eruit halen wat erin zit.
Soms moet ik ook dingen. En dat is wel raar, want ik heb een hekel aan moeten.  Maar soms kom ik in een modus dat ik niet doe wat goed is voor me. Het is me een raadsel hoe ik daarin weg kan zakken, want doordat het goed is voor me, weet ik dat het zorgt dat ik me beter/lekkerder voel. En toch gebeurt het me soms en dan moet ik me herpakken door te moeten.

Soms moet ik toch echt van mezelf die wandeling maken, omdat ik weet van mezelf dat mezelf zo happy voel wanneer ik weer in dat bos loop, zeker als ik dan ook nog een foto kan maken die me een geluksgevoel bezorgd.
Soms moet ik mezelf dwingen om gezond te eten/koken om weer opnieuw te ervaren dat dat lekker is en dat ik me daar veel beter door voel.

En zo loopt moeten en willen door elkaar. En besef ik dat ik wel heel veel kan willen maar dat er grenzen zijn. Grenzen in tijd, grenzen in mijn energie.

En dan denk ik: mens maak het niet zo ingewikkeld, geen mens snapt nog wat je hier allemaal schrijft. Hete is zoals het is, en het komt zoals het komt. Een dat heeft 24 uur, niet meer en niet minder.  Wat je ook wilt of wat je ook moet, het leven laat zich maar gedeeltelijk bepalen. Want soms, soms dan denk ik dat ik alles op de rit heb, dat het klopt. En dan gebeurt er iets waardoor het weer onderuit gaat. En dat is echt niet altijd negatief, soms zelf het tegenovergestelde:
Zo word ik komende zomer oma. Dat gaat vast van alles door elkaar schoppen, maar ik geloof niet dat ik dat erg vind. En dat ik heel veel wil met ons kleinkind!

p1080149

Het verschil,

Wij waren op vakantie en verbleven in een leuk, authentiek hotel, met een fantastisch restaurant. En wat ons vanaf het eerste moment opviel was het personeel. Zij hadden plezier in hun werk, plezier met elkaar. Werkten hard, allemaal, en pakten ook allemaal mee aan. Dan was de een aan het schoonmaken en de ander aan het bedienen en dan weer andersom. Dan maakt e de één een grapje en zag je de ander lachen, en wat later was het andersom. En als klant voelden we ons welkom. Eigenlijk meer dan dat. Hoe bijzonder het was ervaarden we pas iets later. Want wanneer we op vakantie zijn willen we ook eens wat anders proberen. Dus gingen we naar het restaurant een 500 meter verderop.  En dat  restaurant was mooier, chiquer gedenkt en een luxere kaart. Het personeel was professioneel vriendelijk. Niets mis mee en toch misten wij iets.  Dat wat “ons restaurant” wel had. De sfeer onderling zorgde ervoor dat het net allemaal fijner aanvoelde, ons meer welkom voelden. Het was heel bijzonder om dat verschil zo duidelijk te voelen.
Dat werken met passie en plezier voor ons als klant het verschil maakte.  Het had niets te maken met opleiding, met de omgeving, niets met het menu, met de aankleding. En toch, toch dat gevoel dat je iets mist. Wat de oorzaak is dat we daar iets misten, dat weet ik niet, misschien doen ze hun werk wel met passie en plezier maar is er angst voor een leidinggevende, is er ontevredenheid over voorwaarden. Het kan natuurlijk van alles zijn waar wij op dat moment geen zicht op hebben.
Moest denken aan de boeken van Jos Burgers, hoe belangrijk het is om het verschil te maken voor de klant. Of het doet me denken aan de big five of life, hoe belangrijk het is met passie en plezier je werk te doen.
Heerlijk om het als klant te mogen ervaren.  Je begrijpt wel naar wel hotel en restaurant wij mensen verwijzen.  En waar we zelf een paar terug gegaan zijn.
Voor mezelf ook een moment om te stil te staan, hoe zit het bij mij. Doe ik mijn werk nog met passie en plezier?  Heb ik zin om dat stapje extra te zetten voor onze klanten? En hoe is dit voor mijn collega’s?
Vakantie is altijd al een moment van herbronnen, met zo’n fantastische ervaring nog eens extra!

15170964_1288637904529536_5765848207803395384_n

 

 

De buurvrouw en ik….

Met onderstaand verhaal heb ik verhalen wedstrijd gewonnen bij Pluspunt in Rotterdam, bij hun 25 jarig jubileum. Thema was 25 jaar geleden of 25 jaar vooruit. Pluspunt is er voor de ouder wordende mens in Rotterdam. De middag op zich was al een feest, bijzonder om daar als Brabantse dorpeling bij te mogen zijn 🙂
Omdat velen wel nieuwsgierig waren naar mijn inzending, die vind je hieronder. Het is fictie……zou het realiteit kunnen worden? Mooiste compliment dat ik kreeg: het is vanuit het hart geschreven!

 

De buurvrouw en ik..

Vanochtend was ik op de koffie bij de buurvrouw en we hebben krom gelegen van het lachen.  Niet letterlijk, ik kan niet eens meer krom, maar bij wijze van. Eigenlijk voelden we alsof we weer pubers waren. Beneden is een nieuwe bewoner. Jack. En hij mag er voor zijn leeftijd nog best zijn. Dus sloegen we samen aan het fantaseren, hoe we hem samen zouden versieren.  Want gedeelde pret is dubbele pret, toch?  We zagen ons in ons mooiste lingerie setje naar beneden sluipen.  Natuurlijk zijn we in deze woonvorm wel vrij om te gaan en staan waar we willen. Maar toch…een triootje organiseren, dat hangen we toch niet aan de grote klok.  We vroegen ons af hoe Jack geschapen zou zijn? En of hij het nog wel zou kunnen. En of hij ervaring heeft met twee dames?  En bij al die stoute gedachten kregen we last van de slappe lach. Twee giechelende meiden.
En toen Ans kwam om ons eten te brengen, zei ze: ik hoef jullie niet te vragen of je samen wilt eten, volgens mij wil ik ook wel aanschuiven, wat is de pret?
En vervolgens konden we het niet laten om Ans ons fantasie geheim te delen. En ook zij kwam niet meer bij van het lachen. Tot ze serieus werd: zouden jullie dat echt willen vroeg ze?  En ook wij werden serieus: Ans, omdat wij de 75 gepasseerd zijn, wil niet zeggen dat we zoiets niet echt zouden willen. Ans keek bedenkelijk. Ja zei ze, ik ben dan wel net 30, en dan denk ik dat ik dat ook wel wil, maar als het dan echt wordt……dan, dan weet ik het niet.
Buurvrouw en ik keken elkaar aan. En eigenlijk deelden we dat idee ook wel. Want stel je voor, stel je voor dat we echt naar beneden zouden gaan naar Jack. En stel je voor…..dat hij tegen zou vallen. Of stel je voor dat hij veel meer energie heeft dan wij tweeën bij elkaar. Of stel je voor dat.. En onze fantasie ging verder.
Maar we kwamen toch wel weer snel op het serieuze pad. Want als we eerlijk waren, verlangden we beide wel naar een stukje realiteit. Het hoeft niet zo spannend te zijn als in onze fantasie. Maar verdorie, gewoon een fijn knuffelen, wat vrijen. Denken aan dat verlangen doet eigenlijk gewoon pijn. Pijn in onze ziel   En dat staat in contrast met de plek waar we wonen.

Wie had dat ooit kunnen denken dat deze manier van samenwonen zou ontstaan.
We hebben allemaal ons eigen minihuisje en de zorg die we nodig hebben is er, wanneer wij dat willen. Niet meer en niet minder. Daarnaast kunnen we ons nog goed bezig houden, niet achter de geraniums en geen bezigheidstherapie, maar gewoon zinvol bezig zijn. Levensinvulling.
En hoe ideaal die situatie ook is, we worden toch ouder. En toch daardoor veranderen er dingen. De buurvrouw en ik, we zijn beide weduwe. Maar al lang voordat we dat waren, was het liefdesleven uitgeblust. Maar het verlangen daarnaar niet. En wanneer we samen in een giechelbui zijn, waarin we fantaseren over de (on-)mogelijkheden, dan komt de waarheid wel heel dichtbij, we zouden best echt wel…..
Nou waarom niet zegt Ans, ik informeer bij Jack. En weer liggen we krom van het lachen, het idee. Op onze leeftijd een trio.

En paar dagen later komt Ans terug: Jack wil wel. Die gekke meid heeft het serieus gevraagd.
En nog wat later stappen wij, buurvrouw en ik naar beneden, een fles cognac onder onze arm. Giechelig en zenuwachtig.  Maar we gaan. En  Jack,  Jack is ook zenuwachtig, en als we na twee flessen cognac eindelijk met drieën in bed liggen, ontstaat het idee om samen te gaan wonen.  Want we vullen elkaar wel heel goed aan, en een knuffeltrio is heerlijk. En nu liggen we met drieën te giechelen en te fantaseren.  Het verlangen is groot, de angst ook. Want samenleven met elkaar betekent ook elkaar kunnen verliezen en het gevoel van gemis kennen we maar al te goed.
Toch overwint het verlangen van de angst. We bespreken het met Ans. En die zegt meteen: waarom niet. Jullie zijn hier vrij om te doen en laten wat je wilt. Als dit voor jullie goed voelt, waarom niet. Toch zijn er twijfels we hebben alle drie kinderen, want zouden die vinden. En natuurlijk hebben die niets te vinden, ze hebben hun eigen leven. Maar er zijn wel meer hobbels en knobbels.  En dan ligt de oplossing uiteraard voor de hand: we gaan latten.  En het leuke is dat het voor ons perfect werkt. Ik had nooit verwacht dat ik niet jaloers zou zijn.  Ik heb ontdekt, beter delen dan helemaal niets. En zo hoef je ook niet te presteren, heb ik een mindere dag dan stel ik niemand teleur. Nooit geweten dat samen zijn met een man en twee vrouwen zo’n verrijking zou kunnen zijn. Ik had het minstens 25 jaar eerder moeten doen!

Uitvaartspreker io

Terwijl Nederland Sinterklaas verwelkomt en zich druk maakt over de demonstraties tegen zwarte piet, volg ik een cursus tot uitvaartspreker.  Met een diverse groep mensen gaat het over ons leven. Schrijven we ons eigen in memoriam en die van een cursusgenoot.  Het delen van je leven van je geboorte tot nu, alsof je overleden bent, maakt je kwetsbaar. Natuurlijk wij zijn niet overleden maar  spreken ons eigen afscheidstoespraak uit en luisteren naar onze afscheidsrede gemaakt door een mede cursist, alsof je overleden bent.  Je hoort de levensverhalen van de anderen en bij ieder verhaal is er bewondering. Bewondering hoe men met de tegenslagen van het leven omgaat. Zich als een buigzaam riet, weer rechtop zet en doorgaat. Gelukkig met de prachtige momenten in het leven die vooral met liefde te maken hebben. Liefde voor een partner, voor de geboorte van kinderen en klein kinderen. Liefde voor familie en vrienden, voor een vak,  een hobby, een land, een plaats.

Het laat mij vooral voelen hoe belangrijk ons werk zal zijn. Voor de mensen voor wie wij straks een in memoriam mogen schrijven.  Maar meer nog voor degenen die achterblijven en afscheid nemen. Beseffen dat ieder mens zijn licht- en schaduwkanten heeft en dat die in die laatste toespraak benoemd mogen worden.  Met respect voor de overleden persoon. Het maakt mij stil. Het vervuld mij met verwondering en ontroering.

Ik ben trots en dankbaar dat ik dadelijk deel uit maak van de Humanistische Uitvaartbegeleiding en daar als vrijwilliger uitvaartendiensten mag begeleiden, afscheidstoespraken mag houden. Trots en dankbaar omdat  ik iets toe mag voegen aan het afscheid nemen van mensen die overleden zijn, waardoor het voor de nabestaanden een hulp mag zijn in de rouwverwerking. En dat wanneer men wat later terugkijkt op het afscheid, men kan denken: dat was een mooi/fijn afscheid.

dsc00062

Nee zeggen..

Ik kwam van een bijeenkomst af en terwijl ik naar huis reed, dacht ik: was het dit waard? En tegelijkertijd vroeg ik me: wat is dit? Moet altijd alles iets waard zijn?

En dit had alles te maken met een ontevreden gevoel. En er eigenlijk achter komen dat waar ik die avond voor gekozen had, ik eigenlijk niet leuk vond. Maar tegelijkertijd mag ik het van mezelf niet niet leuk vinden. En wanneer is het niet leuk: wanneer het niet aan je verwachtingen voldoet. En dat ligt dan aan de ander………of toch aan mezelf.
Soms doe ik aan iets mee uit gewoonte. Gewoon om dat het de vorige keer zo ging, de keer ervoor en daarvoor ook. En van al die keren waren er leuke momenten. En dus doe ik de volgende keer weer mee. Die volgende keer ben ik vermoeider dan anders, en eigenlijk zou ik liever kiezen om thuis op de bank te gaan hangen, even niets. Maar als ik iets toegezegd heb, dan doe ik dat ook. Dus ik ga toch.  En eigenlijk hoop ik dat de bijeenkomst dusdanig leuk is dat ik er energie van krijg, dat mijn vermoeidheid naar de achtergrond verdwijnt.
Maar misschien zijn de anderen ook moe, of niet in de stemming. De bijeenkomst met een groepje vrouwen die ooit elkaar konden inspireren is niet meer dan een oppervlakkig babbelavondje. En ik heb niet de energie omdat te keren. Het is mijn rol ook niet, ik ben één van de deelnemers en niet de leider. En ik kan de leidersrol niet pakken. Ik ben te moe.
En als ik dan naar huis rijd, vraag ik me af, was het dit, wat weet ik nu van de anderen. Ik voel me schuldig omdat ik er meer energie in had kunnen steken, maar tegelijkertijd, waarom ik?

Ik besluit: zo wil ik het niet, en ik ga vanuit die energie de dames een mail sturen, ik wil het anders, ik wil wel weer de leiding nemen, zorgen dat een volgende bijeenkomst een thema heeft, een workshop. Zoals we ooit begonnen waren. Ik word zelf enthousiast.
De dames niet, en wellicht is het het geschreven woord dat he weerhoud enthousiast te zijn, de een reageert niet, de ander denkt dat het aan haar ligt, en nog anderen zijn wel enthousiast, maar er zit ook een maar in.

En ik besef dat dat wat was, je niet meer terug kunt halen. We gingen ooit naar een andere vorm. En misschien is dat voor die anderen wel oke.  Ik wil niet trekken, pushen, overhalen.
Ik wil mijn hart volgen en die zegt: stop hiermee. Denk terug aan de leuke tijd, aan de dingen die jullie samen gedaan hebben. Blijkbaar is het nu tijd voor andere dingen, andere manieren, misschien andere mensen.

De ja maars in mijn hoofd: maar het was zo leuk, maar het heeft me, maar moet ik niet, maar maar maar. Ik laat ze los. Blijkbaar is dit hoofdstuk in mijn boek klaar. Ik denk terug aan een mooie tijd, en koester de herinneringen. Maar soms moet ik nee zeggen: vooral tegen mezelf.

dsc_0042

Iedereen wist dat het niet kon, totdat er iemand kwam die dat niet wist…….

Iedereen wist dat het niet kon, totdat er iemand kwam die dat niet wist…….

Ik kan me dat levendig voorstellen, een kakelende groep mensen die elkaar vertellen dat het echt niet kan en zich daar suf over discussiëren. En dan komt er zo’n onbevangen typje die laat zien dat het wel kan, hij wist niet dat het niet kon.
Ohh, wat heerlijk om die verwondering mee te maken. Is het verwondering, of jaloezie of ongenoegen, soms is het zo fijn dat iets niet kan veranderen. Want verandering brengt angst mee, angst voor het onbekende. Angst om te verliezen dat wat nu bekend is en niet weten wat er voor terug komt. En dat is zo jammer het maakt ons rigide, niet openstaand voor andere ideeën. Er zijn meer van dat soort leuke uitspraken, waarvan je denkt jahh, dat is waar. Maar dan, gaan we dat dan ook doen. Betrappen we onszelf niet allemaal op een stukje behoudenheid, zo was het en zo blijven we het doen. Niet in de gaten hebben dat stilstand achteruitgang is. Dat iets anders doen zo verfrissend kan zijn?
Zo ook de bekende oefening om eens op een andere manier naar je werk te gaan, ander vervoermiddel, of een andere route. Hoe verfrissend je blik op de omgeving.  Letterlijk andere dingen zien. En daar zijn de bezwaren, die weg is langer, misschien verdwalen we en zijn we niet op tijd, misschien dit of dat. En wat is het toch dat we die angst de boventoon laten voeren.  Die ons belet om verfrissend te zijn.   En ook:  dat hebben we allemaal al eens uitgeprobeerd, dat werkt toch  niet.
Dit geldt voor organisaties, maar ook voor relaties, gezinnen, je eigen leven. Ik weet er zijn mensen die al 30 jaar of langer naar dezelfde camping gaan, dat is zo fijn en vertrouwd. En wie ben ik om te zeggen dat dat anders moet. Maar als dan geklaagd wordt over sleur in hun leven…..dan denk ik zet je sleurhut eens ergens anders neer.
In organisatie zie je spanning ontstaan wanneer dingen veranderen.  Soms door slechte ervaringen, soms door onwetendheid gaan de hakken in het zand: dat werkt zo niet. Misschien is het waar, maar grote kans van niet. En gun het die kans.  In andere tijden worden andere dingen van jouw bedrijf verwacht. En het zijn andere tijden, dat weten we allemaal. Blijf je doen wat je altijd deed, loop je achter die feiten aan.
Vernieuwend durven zijn, als mens, als organisatie zet je in ieder geval in de picture, je wordt gezien. Verras je klant, verras je partner, verras jezelf. En natuurlijk moet je geen onbezonnen dingen gaan doen.  Maar wat heerlijk om eens te eten wat je nooit at, te doen wat je nooit deed, en dan te  ontdekken dat er nog zoveel te ontdekken is. Dat maakt je leven boeiend, dat maakt je werk boeiend, dat zorgt dat je leef! Tenminste dat geldt voor mij en ik denk daarmee voor vele anderen ook!

DSC_0298

Neem een andere weg, je ziet ongetwijfeld andere dingen.

perfecte clubje ..

Op facebook ben ik van wat fotogroepen lid en het is wel grappig om het verschil tussen de groepen te ervaren. De een gaat voor de professionaliteit van de foto. En wanneer je wat plaatst zijn er altijd mensen die reageren met verbeteringen. Bedoeling is dat je ook de technische details deelt. Bedoelt zodat anderen weten hoe je de techniek gebruikt hebt. En daar wordt over geoordeeld.
De andere groep gaat het om het thema, details. En of de foto perfect is of niet, dat maakt niet uit. Er wordt daar niet op techniek beoordeelt.
Ik voel me een stuk gelukkiger in die tweede groep. Een goede foto van mezelf heeft alles te maken met op het juiste moment op de juiste plaats zijn en dat vastleggen.  En dat vastleggen waar andere mensen aan voorbij lopen. Voor mij is dat vaak in de natuur, maar het kan ook in de stad zijn. En tijdens het maken van die foto voel ik me helemaal gelukkig, en bij het bewerken (ik doe wel wat maar zeker geen photoshop) en het bekijken en op mijn site zetten (www.dianakors.nl) voel ik me ook helemaal blij.
Dat een foto scheef is, belichting niet helemaal in orde, niet 100% scherp, kan mijn geluksgevoel niet onderdrukken. Plaats ik die foto op de facebookpagina voor de professionaliteit en ik krijg commentaar, dan wordt ik onverschillig. Die kritiek boeit me niet.  Laatst had iemand een foto van me gecorrigeerd en er weer onder geplaatst. Het duurde lang voor dat ik zag wat hij nu gecorrigeerd had. Daarna vond ik het eigenlijk niet netjes, zomaar gaan “knoeien” in iemands foto, terwijl het waarschijnlijk goed bedoeld is geweest.
Beide groepen zijn goed, de perfectionisten en de genieters. En daarmee doe ik die perfectionisten te kort, want waarschijnlijk genieten die van hun perfecte foto. Alleen die perfectionist zit ook in de groep van de details. En gaat daar ongezouten kritiek geven, niet opbouwend, maar kraakt ze af. Opschudding in de groep.
Maar net als in het echte leven moet je op facebook bij het clubje gaan dat bij je past. Dus erger je aan wet ik veel wat…..weg wezen daar. Jammer dat niet iedereen dat begrijpt.
En ik, ik blijf lid van beide, wat ja ik wil mijn fototechniek best nog wel wat verbeteren. En dat doe ik vooral door te kijken hoe/wat anderen dat doen. En verder blijf ik als een blije gup rond met mijn camera en maak ik gekke / leuke niet perfecte foto’s.

. Een goede foto van mezelf heeft alles te maken met op het juiste moment op de juiste plaats zijn en dat vastleggen.  En dat vastleggen waar andere mensen aan voorbij lopen.

. Een goede foto van mezelf heeft alles te maken met op het juiste moment op de juiste plaats zijn en dat vastleggen. En dat vastleggen waar andere mensen aan voorbij lopen.

Oordelen

In openoog van afgelopen periode kwam ik de volgende tekst tegen:

Niet oordelen is een prachtig ideaal. Maar hoe pak je dat aan? En word je geen saaie, kleurloze figuur als je nergens meer een oordeel over hebt?

En in dezelfde week kwam deze voorbij op de coachingskalender:

Een van de hardnekkigste oordelen is de uitspraak ‘ik vind dat je te snel oordeelt’

In mijn opleiding tot therapeut werd vooral ook benadrukt dat je niet mocht oordelen, en zeker dingen niet gek vinden. Want met zo’n houding kun je niet open staan voor de cliënt, kan die niet open zijn over dingen in zijn leven waar hij zich misschien voor schaamt, zich schuldig over voelt of een andere reden.

En ik moet zeggen ik heb in mijn leven al veel gekke dingen meegemaakt, dus wat mensen mij toevertrouwen, ik sta niet zo snel raar te kijken. Maar dat ik nu oordeelloos ben, nee dat niet. Maar ik tracht de ander wel te begrijpen. En eigenlijk hoeft zelf dat niet eens. Want tijdens een therapiesessie hoef ik het antwoord en het advies niet te geven, maar gaat erom dat ik mijn vragen zo stel, dat de client zijn eigen adviseur wordt.

In het dagelijks leven, tracht ik hetzelfde te doen. Ik wil niet oordelen, maar ik doe het wel. Maar ik tracht het ook te begrijpen. Maar er zijn nu eenmaal dingen die in de wereld gebeuren die ik absoluut niet begrijp. En daar heb ik niet alleen een oordeel over, maar ik veroordeel het ook.
En ik denk dat iedereen het weet waar ik het over heb, de aanslagen, het geweld. Er is in mijn ogen niets dat dat goed kan praten.

En oordelen, als ik samen met een vriendin over de onhebbelijkheden van onze partners ga hebben, dan blijft er niets van ze over (bij wijze van…zo erg is het ook weer niet). We roddelen wat af, we oordelen wat af. Om dan uiteindelijk tot de slotsom te komen dat we het zo slecht getroffen hebben.

En wist je dat jouw oordeel over de ander veel meer over jouzelf zegt dan over die ander. Of je nu positief of negatief oordeelt.
Wanneer je jezelf betrapt dat je erg veel over een bepaalde persoon oordeelt, dan is het goed eens te kijken wat de reden is dat die ander jou zo confronteert. Met bijvoorbeeld een methodiek als kernkwadranten kun je, je oordeel over die ander eens onderzoeken.

Kortom, een boeiend onderwerp: oordelen, daar zal het laatste nog niet over gezegd zijn!

 

Dieren zijn volgens mij oordeelloos, of vergis ik me?

Dieren zijn volgens mij oordeelloos, of vergis ik me?