Fun-factor!

Laatst was ik bij een bijeenkomst met vrouwen van mkb ondernemers En ik schrok toen ik één van de vrouwen de uitspraak hoorde doen: ik ben alleen maar de fun-factor in het bedrijf, verder niets. Ik vroeg me af of ik het goed gehoord had, of ze serieus was. En beide klopte, ik had het goed gehoord en zij was serieus. Dat is haar stellige overtuiging.  En ik dacht: dit kan niet waar zijn. Zij is juist een belangrijke factor binnen het bedrijf.  Niet zo dominant zichtbaar, maar misschien juist wel daarom. Maar als je zelf die overtuiging hebt, wanneer je jezelf niet serieus neemt, dan is een moeilijk gesprek met een werknemer ook bijna niet te doen. (En dat moest ze wel)

Al vele jaren kom ik ondernemende vrouwen tegen en ik verbaas me over de diversiteit daarin. Je hebt:

  • Vrouwen die een onderneming hebben omdat ze (een van) hun ouders opgevolgd hebben
  • Vrouwen die voor zichzelf gestart zijn om hun passie te volgen
  • Vrouwen die een beroep hebben waardoor automatisch ondernemer zijn
  • Vrouwen die voor zichzelf gestart zijn omdat ze hun baan verloren hadden en geen andere mogelijkheid zagen
  • Vrouwen die ondernemersvrouw zijn omdat hun partner ondernemer is en daar zijn dan ook weer categorieën in:
    • Zij die volwaardig meewerken hun eigen kracht en kennis kennen
    • Zij die zich zelf zien als de vrouw van en in die schaduw hun eigen inbreng niet (h)erkennen
    • Zij die op de succes van hun partner drijven en zichzelf overschatten

En er zijn vast nog meer “soorten” vrouwelijke ondernemers of ondernemende vrouwen te benoemen.

Ik ben ze tegengekomen op netwerkborrels, ik heb boekhouding voor ze gedaan en ik coach ze. En vaak zijn er gemeenschappelijke delers: calimero effect, onzekerheid, afhankelijkheid zowel in geld als in behoefte van erkenning, bevestiging waardering.  En we weten wel dat het anders is, maar toch, hangen we in de beperkte overtuigingen, zoals: “het zijn van slechts de funfactor en niet meer.”
Wat is het toch dat we in de schaduw van ons eigen kunnen blijven? Natuurlijk kunnen we roepen dat we in een mannen maatschappij harder moeten vechten voor onze positie. Blijft dat er inderdaad minder vrouwen in topposities zitten, dat we inderdaad minder verdienen bij gelijkwaardige banen.
Ik pleit niet voor vechten. Maar doen waar je goed in bent en erkennen dat je dat doet, daar goed in bent en dat niet bagatelliseren. Stap uit je eigen schaduw. En dit geldt niet alleen voor vrouw die ondernemer zijn, maar voor alle vrouwen, werkend en niet werkend.
We staan juist zo bekend om onze kracht, om ons organisatie talent. En toch, degraderen we ons zelf tot de fun-factor van de onderneming.  Terwijl we juist met onze kwaliteiten een groot toegevoegde waarde kunnen zijn.  Waardoor anderen beter presteren, beter in hun vel zitten. En dat hoeft niet dominant zichtbaar te zijn, maar (on-) zichtbaar aanwezig/voelbaar.
En als die fun-factor jouw kwaliteit is,  dan schreeuw het van de daken en ben er trots op!

Fun

Fun

Oude huizen..

Als kind was ik al gek op ruïnes, en dat ben ik nog steeds. Het fascineert me enorm. Wanneer ik zo’n half afgebroken huis zie, dan moet ik stoppen het bezoeken. En dan word ik bevangen door rollo coaster van emoties. Want ik zie van alles en maak daar mijn verhaal van.  Je treft (vooral in het buitenland) van die huizen waar nog een deel van het meubilair staat.  Je ziet daar een tafel, een stoel een bed. Behang, gekleurde muren, kapotte dingen. En ik vraag me dan af, wat is er toch allemaal gebeurd in dit huis? Was er liefde, was er verdriet,  en het antwoord is dan simpel weg ja. Want er is geen huishouden waar geen liefde voorkomt, waar geen verdriet was. Maar hoe hevig was dat dan? Zwaar ziekte bed? Moord? Kinderen die geboren werden. Die gelukkig waren, of soms ook ongelukkig.  Vond er misbruik plaats, mishandeling? In mijn fantasie maak ik mijn verhaal over dat huis. Hoeveel generaties hebben er gewoond. Liefst maak ik ook foto’s die de sfeer vastleggen. Maar het is de sfeer van verval, van vergane glorie. Maar ik zie er meer in.  Het kan me echt raken zo’n huis, met een geschiedenis die ik niet ken, maar die ik wel invul.  Het maakt me soms wat weemoedig als ik zie hoe snel een paar grote bulldozers een eind maken aan dat huis.  Het voelt bijna respectloos naar dat huis. Maar natuurlijk moet er plaats gemaakt worden voor iets nieuws. Mooier of beter, dat zal wel de bedoeling zijn. De oud bewoners hebben ongetwijfeld afscheid genomen. In buitenland zie je vaak nieuwe huis naar het vergane huis tevoorschijn komen en wordt het oude huis bewoont door (on-)gedierte en onkruid.
Foto’s maken van die huizen voelt voor mij als bijna iets wat niet mag. Blieken in het verleden van anderen. Maar zoals in het begin aan gegeven ik kan het niet laten. En door mijn foto’s leeft het voort, door mijn fantasie komt het huis weer even tot leven.

P1110260 P1080588

Wanneer de klok mijn leven bepaalt, dan heb ik te weinig tijd om te leven

Tijd is toch een raar iets,  vaak heb ik tijd te kort, had ik nog dit of dat willen doen. Anderzijds kan ik me verbazen over hoeveel je in beperkte tijd kunt doen. S ochtends bijvoorbeeld gaat mijn  ontbijt twee minuten de magnetron in. Ik ben verbaasd wat ik in die twee minuten doe: de gordijnen openen, de krant pakken, mijn medicijnen pakken en soms nog tijd over om vast wat klaar te leggen wat ik mee naar het werk wil nemen. En iedere keer moet ik weer glimlachen, wat kan ik in twee minuten toch veel doen.
Soms heb je ineens tijd over, omdat een afspraak niet doorging, en dan komt dat gevoel van wauw, even moet ik niets en kan ik doen wat ik wil.
Anderzijds kan ik me ook verliezen in tijd en is het om voor ik het door heb. Dat kan me op het internet gebeuren, even iets opzoeken via google en voor ik weet ben ik twee uur verder. Maar het kan ook bij het lezen van een lekker boek, nog even die bladzijde, hoofdstuk…en oeps de tijd is gevlogen.
Het is bekend dat de tijds sneller gaat naarmate je ouder wordt en daar zijn ook verklaringen voor. Maar ik las ook eens een artikel waarin stond hoeveel zomers, lentes, herfst en winters je meemaakt in je leven. Ik vond het confronterend, want zo dat getal te zien dacht ik, aiii, dat zijn er niet zo veel.
Weekend en vakantie zijn voor mij genieten omdat ik dan tijdloos kan zijn, eten wanneer ik honger heb, slapen wanneer ik moe ben, Niet op uur en tijd, maar gewoon als het zich voordoet.
Dat is bijna ondenkbaar in het dagelijks leven, afspraken maken dat tijd ons leven bepaald. Zo laat hier, zo laat daar.  En dat is niet erg, wanneer je als gezin aan tafel wilt zitten is een afspraak van tijd nodig, anders zie je elkaar nooit.  Maar wanneer ik het gevoel krijg dat tijd mijn leven bepaald, dat het mij het gevoel geeft van gevangenschap, bekrompenheid, het een last wordt. Dan weet ik dat het tijd wordt voor pas op de plaats.  En grappige is dat ook dat weer de term tijd in zich heeft.  Eigenlijk is niet  de tijd waardoor ik me beperkt kan voelen, maar de klok. Wanneer de klok mijn leven bepaalt dan heb ik te weinig tijd om  te leven. Dus is het niet tijdloos zijn wat me een goed gevoel geeft, maar klokloos!

klok

Onbeschreven blad

Een blog met plaatjes dit keer. Plaatjes uit mijn poesie album. Die kreeg ik op mijn 7e verjaardag. En de dag erna heeft meteen mijn moeder erin geschreven. En nog een paar andere hele belangrijke mensen in mijn leven, mijn opa en oma. Die van mijn oma is grappig, die ik lees ik nu na jaren (ja de zolder weer een beetje opgeruimd..) en zij schrijft:  Als je eens als grootmama in een leunstoel zit. En laat ik nu toch grootmama worden…J Mijn broer en zus ontbreken niet. En ook een versje van mijn eerste vriendje, Willen, 6 jaar verkering mee gehad totdat na de lagere school onze wegen scheiden.  We waren onafscheidelijk.
Maar er is ook een lege bladzijde. De bladzijde waar mijn vader had moeten schrijven.  Ik weet nog dat ik ontelbare keren s avonds mijn poesie beneden liet en dan beloofde hij erin te schrijven. Hij deed het niet. Waarom niet, ik heb geen idee. Mijn vader overleed toen ik 13 was. Daarna zijn er nog wel mensen die in mijn poesie geschreven hebben. Maar die bladzijde was verboden.  Dat plekje bleef voor mijn vader. Nu vroeg ik me af: is mijn vader een onbeschreven blad? Ik zoek op wat het echt betekent,  en het betekent onbekend zijn.  En ja dat klopt. Hij is wat onbekend voor mij. Want hoe ervaar je als kind je vader, dan leer je hem kennen vanuit kind perspectief en dat is niet echt leren kennen. Hoe graag had ik geweten hoe ik hem zou ervaren als ik volwassen was. Hoe hij was als opa, gewoon als mens. Nu kan ik daarover fantaseren, maar weten doe ik het niet.
Zou het voorzienigheid zijn geweest dat hij niet in mijn poesie schreef?  Omdat hij voor mij een deel een onbeschreven blad is gebleven? En ook dat kan ik alleen zelf in vullen, naar mijn eigen behoefte.

voorblad

poezie album mama                                  poeziealbum papa 
  poeziealbum oma

poeziealbum opa

poeziealbum ans

poezie willem

Opstappen en topbanen

Vandaag las ik in de krant het bericht dat de topman bij de belastingdienst opstapt. En zonder dat ik nu precies begrijp wat zijn reden is, vraag ik me bij dit soort berichten af: is dat moedig? Of is het laf? Ik kan het met de berichtgeving die ik lees niet beoordelen.  En het gaat ook niet zo zeer om deze man in deze positie, het komt vaker voor zo’n bericht.
En ik vraag me dan af wat er speelt, hij werkte er nog geen jaar. Ik heb mijn oordelen wel klaar: kan hij elders beter…..pff als je voor geld gaat…dat keert nog wel eens tegen je. En zeker omdat ik denk dat hij toch best een redelijk salaris gehad zal hebben. Stapt hij op omdat hij zelf gefaald heeft?  Heeft hij iets stoms gedaan, waardoor hij nu niet meer vertrouwd wordt?  Is die werksituatie onhoudbaar? Of is de baan niet wat hij ervan verwacht had? Gaat hij echt iedere dag met grote tegenzin er naar toe? Zo met lood in je schoenen, de dag duurt geen 8 uur, het lijken er wel 16?
Ik lees dat mensen teleurgesteld zijn door zijn vertrek, dat er een chaotische reorganisatie bezig is, dat hij geen zin had in een uitgeklede functie, minder zeggenschap (=macht?) dan verwacht.
Krijg hij nu een ww-uitkering? Wachtgeld of  dient de volgende vacature zich al aan?
Het houd me bezig omdat ik me eigenlijk niet zo goed voorstellen hoe dat gaat in de kringen van de topbanen. Ik heb altijd het idee, maar weet niet of dat klopt, dat ze wel makkelijk van het ene naar het andere baantje kunnen hoppen.  Kijkt zo iemand wel echt in de spiegel?  Leert hij lessen hieruit of gaat hij gewoon verder.  En les bedoel ik, misschien is hij wel over de top. Ooit een goede prestatie levert je misschien een baan op die je eigenlijk niet aankan. De ene goede prestatie was misschien wel een toevalstreffer. Durf je dan weer een stapje terug te doen? Of is gezichtsverlies?

Ik weet wel opstappen bij normale banen doe je niet zomaar.  Bij opstappen ga ik er tenminste vanuit dat je dat doet zonder dat je al voor het vervolg gezorgd hebt. Dat kunnen de meeste mensen zich niet permitteren. Er is dan geen uitkering, geen gouden handdruk, geen inkomen. Dus zoek je eerst iets anders, en dan vertrek je.  En er bestaat voor mij ook nog zo iets als een plicht om netjes en goed te vertrekken en de achterblijvers niet in de shit achter te laten. En die plicht is een morele verplichting, niet je wettelijk uitwerktermijn. Dus opstappen doe je niet zomaar.

Dus ja bij zo’n bericht vraag ik me af, moedig, je maakt een statement, je neemt risico, je gaat waarvoor je staat en de consequenties neem je op je.  En je kijkt recht in de spiegel.  Of is het laf, vlucht je voor je eigen onkunde, heb je je vervolg baan al in je zak zitten, kijk je niet in de spiegel en laat je de shit achter voor jouw opvolger?
Wanneer we  de juiste mensen willen hebben op topfuncties, functies die niet alleen top zijn in salaris, maar hard nodig zijn om ons land goed te besturen op welk vlak dan ook, dan hebben we mensen nodig die in de spiegel durven kijken en kwetsbaar durven zijn. Gebruik dat maar in de selectieprocedure!

kijken in de spiegel

willen, moeten en toch…

Ik kan het niet, ik krijg het niet voor elkaar. Ik wil dingen bereiken maar dat lukt niet altijd zoals ik het wil. En dat geldt op vele vlakken. Ik wil zo graag meer tijd doorbrengen met mijn zus. Ik wil zo graag vaker een dagje naar de sauna.  Ik wil graag een perfecte echtgenoot en moeder zijn.  Het valt mee, want een perfecte huisvrouw hoef ik voor mezelf niet te zijn. Maar ik wil wel graag het op mijn werk goed doen, niet alleen voor mezelf, maar liefst voor alle collega’s.  Ik wil vrijwilligers werk doen en ga aan de slag als uitvaartspreker. En ik wil dat uiteraard erg goed doen. Ik wil ook graag iets doen voor het project van mijn vriendin in Egypte. Ik ben bij een koor en zou graag  echt goed willen zingen,  maar ik denk dat dat een illusie is.  Ik wil ook goed voor mezelf zorgen, gezond eten, sporten en vooral niet aankomen in gewicht. En ja dan wil ik ook nog foto’s maken want dat maakt me gelukig en schrijven kan ik ook niet laten.
En altijd vraag ik mezelf af of ik wel genoeg doe. Moet ik niet meer of beter. Haal ik wel uit het leven wat erin zit? Want dat is voor mij belangrijk. Eruit halen wat erin zit.
Soms moet ik ook dingen. En dat is wel raar, want ik heb een hekel aan moeten.  Maar soms kom ik in een modus dat ik niet doe wat goed is voor me. Het is me een raadsel hoe ik daarin weg kan zakken, want doordat het goed is voor me, weet ik dat het zorgt dat ik me beter/lekkerder voel. En toch gebeurt het me soms en dan moet ik me herpakken door te moeten.

Soms moet ik toch echt van mezelf die wandeling maken, omdat ik weet van mezelf dat mezelf zo happy voel wanneer ik weer in dat bos loop, zeker als ik dan ook nog een foto kan maken die me een geluksgevoel bezorgd.
Soms moet ik mezelf dwingen om gezond te eten/koken om weer opnieuw te ervaren dat dat lekker is en dat ik me daar veel beter door voel.

En zo loopt moeten en willen door elkaar. En besef ik dat ik wel heel veel kan willen maar dat er grenzen zijn. Grenzen in tijd, grenzen in mijn energie.

En dan denk ik: mens maak het niet zo ingewikkeld, geen mens snapt nog wat je hier allemaal schrijft. Hete is zoals het is, en het komt zoals het komt. Een dat heeft 24 uur, niet meer en niet minder.  Wat je ook wilt of wat je ook moet, het leven laat zich maar gedeeltelijk bepalen. Want soms, soms dan denk ik dat ik alles op de rit heb, dat het klopt. En dan gebeurt er iets waardoor het weer onderuit gaat. En dat is echt niet altijd negatief, soms zelf het tegenovergestelde:
Zo word ik komende zomer oma. Dat gaat vast van alles door elkaar schoppen, maar ik geloof niet dat ik dat erg vind. En dat ik heel veel wil met ons kleinkind!

p1080149

Het verschil,

Wij waren op vakantie en verbleven in een leuk, authentiek hotel, met een fantastisch restaurant. En wat ons vanaf het eerste moment opviel was het personeel. Zij hadden plezier in hun werk, plezier met elkaar. Werkten hard, allemaal, en pakten ook allemaal mee aan. Dan was de een aan het schoonmaken en de ander aan het bedienen en dan weer andersom. Dan maakt e de één een grapje en zag je de ander lachen, en wat later was het andersom. En als klant voelden we ons welkom. Eigenlijk meer dan dat. Hoe bijzonder het was ervaarden we pas iets later. Want wanneer we op vakantie zijn willen we ook eens wat anders proberen. Dus gingen we naar het restaurant een 500 meter verderop.  En dat  restaurant was mooier, chiquer gedenkt en een luxere kaart. Het personeel was professioneel vriendelijk. Niets mis mee en toch misten wij iets.  Dat wat “ons restaurant” wel had. De sfeer onderling zorgde ervoor dat het net allemaal fijner aanvoelde, ons meer welkom voelden. Het was heel bijzonder om dat verschil zo duidelijk te voelen.
Dat werken met passie en plezier voor ons als klant het verschil maakte.  Het had niets te maken met opleiding, met de omgeving, niets met het menu, met de aankleding. En toch, toch dat gevoel dat je iets mist. Wat de oorzaak is dat we daar iets misten, dat weet ik niet, misschien doen ze hun werk wel met passie en plezier maar is er angst voor een leidinggevende, is er ontevredenheid over voorwaarden. Het kan natuurlijk van alles zijn waar wij op dat moment geen zicht op hebben.
Moest denken aan de boeken van Jos Burgers, hoe belangrijk het is om het verschil te maken voor de klant. Of het doet me denken aan de big five of life, hoe belangrijk het is met passie en plezier je werk te doen.
Heerlijk om het als klant te mogen ervaren.  Je begrijpt wel naar wel hotel en restaurant wij mensen verwijzen.  En waar we zelf een paar terug gegaan zijn.
Voor mezelf ook een moment om te stil te staan, hoe zit het bij mij. Doe ik mijn werk nog met passie en plezier?  Heb ik zin om dat stapje extra te zetten voor onze klanten? En hoe is dit voor mijn collega’s?
Vakantie is altijd al een moment van herbronnen, met zo’n fantastische ervaring nog eens extra!

15170964_1288637904529536_5765848207803395384_n

 

 

De buurvrouw en ik….

Met onderstaand verhaal heb ik verhalen wedstrijd gewonnen bij Pluspunt in Rotterdam, bij hun 25 jarig jubileum. Thema was 25 jaar geleden of 25 jaar vooruit. Pluspunt is er voor de ouder wordende mens in Rotterdam. De middag op zich was al een feest, bijzonder om daar als Brabantse dorpeling bij te mogen zijn 🙂
Omdat velen wel nieuwsgierig waren naar mijn inzending, die vind je hieronder. Het is fictie……zou het realiteit kunnen worden? Mooiste compliment dat ik kreeg: het is vanuit het hart geschreven!

 

De buurvrouw en ik..

Vanochtend was ik op de koffie bij de buurvrouw en we hebben krom gelegen van het lachen.  Niet letterlijk, ik kan niet eens meer krom, maar bij wijze van. Eigenlijk voelden we alsof we weer pubers waren. Beneden is een nieuwe bewoner. Jack. En hij mag er voor zijn leeftijd nog best zijn. Dus sloegen we samen aan het fantaseren, hoe we hem samen zouden versieren.  Want gedeelde pret is dubbele pret, toch?  We zagen ons in ons mooiste lingerie setje naar beneden sluipen.  Natuurlijk zijn we in deze woonvorm wel vrij om te gaan en staan waar we willen. Maar toch…een triootje organiseren, dat hangen we toch niet aan de grote klok.  We vroegen ons af hoe Jack geschapen zou zijn? En of hij het nog wel zou kunnen. En of hij ervaring heeft met twee dames?  En bij al die stoute gedachten kregen we last van de slappe lach. Twee giechelende meiden.
En toen Ans kwam om ons eten te brengen, zei ze: ik hoef jullie niet te vragen of je samen wilt eten, volgens mij wil ik ook wel aanschuiven, wat is de pret?
En vervolgens konden we het niet laten om Ans ons fantasie geheim te delen. En ook zij kwam niet meer bij van het lachen. Tot ze serieus werd: zouden jullie dat echt willen vroeg ze?  En ook wij werden serieus: Ans, omdat wij de 75 gepasseerd zijn, wil niet zeggen dat we zoiets niet echt zouden willen. Ans keek bedenkelijk. Ja zei ze, ik ben dan wel net 30, en dan denk ik dat ik dat ook wel wil, maar als het dan echt wordt……dan, dan weet ik het niet.
Buurvrouw en ik keken elkaar aan. En eigenlijk deelden we dat idee ook wel. Want stel je voor, stel je voor dat we echt naar beneden zouden gaan naar Jack. En stel je voor…..dat hij tegen zou vallen. Of stel je voor dat hij veel meer energie heeft dan wij tweeën bij elkaar. Of stel je voor dat.. En onze fantasie ging verder.
Maar we kwamen toch wel weer snel op het serieuze pad. Want als we eerlijk waren, verlangden we beide wel naar een stukje realiteit. Het hoeft niet zo spannend te zijn als in onze fantasie. Maar verdorie, gewoon een fijn knuffelen, wat vrijen. Denken aan dat verlangen doet eigenlijk gewoon pijn. Pijn in onze ziel   En dat staat in contrast met de plek waar we wonen.

Wie had dat ooit kunnen denken dat deze manier van samenwonen zou ontstaan.
We hebben allemaal ons eigen minihuisje en de zorg die we nodig hebben is er, wanneer wij dat willen. Niet meer en niet minder. Daarnaast kunnen we ons nog goed bezig houden, niet achter de geraniums en geen bezigheidstherapie, maar gewoon zinvol bezig zijn. Levensinvulling.
En hoe ideaal die situatie ook is, we worden toch ouder. En toch daardoor veranderen er dingen. De buurvrouw en ik, we zijn beide weduwe. Maar al lang voordat we dat waren, was het liefdesleven uitgeblust. Maar het verlangen daarnaar niet. En wanneer we samen in een giechelbui zijn, waarin we fantaseren over de (on-)mogelijkheden, dan komt de waarheid wel heel dichtbij, we zouden best echt wel…..
Nou waarom niet zegt Ans, ik informeer bij Jack. En weer liggen we krom van het lachen, het idee. Op onze leeftijd een trio.

En paar dagen later komt Ans terug: Jack wil wel. Die gekke meid heeft het serieus gevraagd.
En nog wat later stappen wij, buurvrouw en ik naar beneden, een fles cognac onder onze arm. Giechelig en zenuwachtig.  Maar we gaan. En  Jack,  Jack is ook zenuwachtig, en als we na twee flessen cognac eindelijk met drieën in bed liggen, ontstaat het idee om samen te gaan wonen.  Want we vullen elkaar wel heel goed aan, en een knuffeltrio is heerlijk. En nu liggen we met drieën te giechelen en te fantaseren.  Het verlangen is groot, de angst ook. Want samenleven met elkaar betekent ook elkaar kunnen verliezen en het gevoel van gemis kennen we maar al te goed.
Toch overwint het verlangen van de angst. We bespreken het met Ans. En die zegt meteen: waarom niet. Jullie zijn hier vrij om te doen en laten wat je wilt. Als dit voor jullie goed voelt, waarom niet. Toch zijn er twijfels we hebben alle drie kinderen, want zouden die vinden. En natuurlijk hebben die niets te vinden, ze hebben hun eigen leven. Maar er zijn wel meer hobbels en knobbels.  En dan ligt de oplossing uiteraard voor de hand: we gaan latten.  En het leuke is dat het voor ons perfect werkt. Ik had nooit verwacht dat ik niet jaloers zou zijn.  Ik heb ontdekt, beter delen dan helemaal niets. En zo hoef je ook niet te presteren, heb ik een mindere dag dan stel ik niemand teleur. Nooit geweten dat samen zijn met een man en twee vrouwen zo’n verrijking zou kunnen zijn. Ik had het minstens 25 jaar eerder moeten doen!

Uitvaartspreker io

Terwijl Nederland Sinterklaas verwelkomt en zich druk maakt over de demonstraties tegen zwarte piet, volg ik een cursus tot uitvaartspreker.  Met een diverse groep mensen gaat het over ons leven. Schrijven we ons eigen in memoriam en die van een cursusgenoot.  Het delen van je leven van je geboorte tot nu, alsof je overleden bent, maakt je kwetsbaar. Natuurlijk wij zijn niet overleden maar  spreken ons eigen afscheidstoespraak uit en luisteren naar onze afscheidsrede gemaakt door een mede cursist, alsof je overleden bent.  Je hoort de levensverhalen van de anderen en bij ieder verhaal is er bewondering. Bewondering hoe men met de tegenslagen van het leven omgaat. Zich als een buigzaam riet, weer rechtop zet en doorgaat. Gelukkig met de prachtige momenten in het leven die vooral met liefde te maken hebben. Liefde voor een partner, voor de geboorte van kinderen en klein kinderen. Liefde voor familie en vrienden, voor een vak,  een hobby, een land, een plaats.

Het laat mij vooral voelen hoe belangrijk ons werk zal zijn. Voor de mensen voor wie wij straks een in memoriam mogen schrijven.  Maar meer nog voor degenen die achterblijven en afscheid nemen. Beseffen dat ieder mens zijn licht- en schaduwkanten heeft en dat die in die laatste toespraak benoemd mogen worden.  Met respect voor de overleden persoon. Het maakt mij stil. Het vervuld mij met verwondering en ontroering.

Ik ben trots en dankbaar dat ik dadelijk deel uit maak van de Humanistische Uitvaartbegeleiding en daar als vrijwilliger uitvaartendiensten mag begeleiden, afscheidstoespraken mag houden. Trots en dankbaar omdat  ik iets toe mag voegen aan het afscheid nemen van mensen die overleden zijn, waardoor het voor de nabestaanden een hulp mag zijn in de rouwverwerking. En dat wanneer men wat later terugkijkt op het afscheid, men kan denken: dat was een mooi/fijn afscheid.

dsc00062

Nee zeggen..

Ik kwam van een bijeenkomst af en terwijl ik naar huis reed, dacht ik: was het dit waard? En tegelijkertijd vroeg ik me: wat is dit? Moet altijd alles iets waard zijn?

En dit had alles te maken met een ontevreden gevoel. En er eigenlijk achter komen dat waar ik die avond voor gekozen had, ik eigenlijk niet leuk vond. Maar tegelijkertijd mag ik het van mezelf niet niet leuk vinden. En wanneer is het niet leuk: wanneer het niet aan je verwachtingen voldoet. En dat ligt dan aan de ander………of toch aan mezelf.
Soms doe ik aan iets mee uit gewoonte. Gewoon om dat het de vorige keer zo ging, de keer ervoor en daarvoor ook. En van al die keren waren er leuke momenten. En dus doe ik de volgende keer weer mee. Die volgende keer ben ik vermoeider dan anders, en eigenlijk zou ik liever kiezen om thuis op de bank te gaan hangen, even niets. Maar als ik iets toegezegd heb, dan doe ik dat ook. Dus ik ga toch.  En eigenlijk hoop ik dat de bijeenkomst dusdanig leuk is dat ik er energie van krijg, dat mijn vermoeidheid naar de achtergrond verdwijnt.
Maar misschien zijn de anderen ook moe, of niet in de stemming. De bijeenkomst met een groepje vrouwen die ooit elkaar konden inspireren is niet meer dan een oppervlakkig babbelavondje. En ik heb niet de energie omdat te keren. Het is mijn rol ook niet, ik ben één van de deelnemers en niet de leider. En ik kan de leidersrol niet pakken. Ik ben te moe.
En als ik dan naar huis rijd, vraag ik me af, was het dit, wat weet ik nu van de anderen. Ik voel me schuldig omdat ik er meer energie in had kunnen steken, maar tegelijkertijd, waarom ik?

Ik besluit: zo wil ik het niet, en ik ga vanuit die energie de dames een mail sturen, ik wil het anders, ik wil wel weer de leiding nemen, zorgen dat een volgende bijeenkomst een thema heeft, een workshop. Zoals we ooit begonnen waren. Ik word zelf enthousiast.
De dames niet, en wellicht is het het geschreven woord dat he weerhoud enthousiast te zijn, de een reageert niet, de ander denkt dat het aan haar ligt, en nog anderen zijn wel enthousiast, maar er zit ook een maar in.

En ik besef dat dat wat was, je niet meer terug kunt halen. We gingen ooit naar een andere vorm. En misschien is dat voor die anderen wel oke.  Ik wil niet trekken, pushen, overhalen.
Ik wil mijn hart volgen en die zegt: stop hiermee. Denk terug aan de leuke tijd, aan de dingen die jullie samen gedaan hebben. Blijkbaar is het nu tijd voor andere dingen, andere manieren, misschien andere mensen.

De ja maars in mijn hoofd: maar het was zo leuk, maar het heeft me, maar moet ik niet, maar maar maar. Ik laat ze los. Blijkbaar is dit hoofdstuk in mijn boek klaar. Ik denk terug aan een mooie tijd, en koester de herinneringen. Maar soms moet ik nee zeggen: vooral tegen mezelf.

dsc_0042